tekst
Vul een subtitel in


Vul een subtitel in

Ik ben geboeid door signalen. Daar gaat het om. Welk signaal straalt wat uit. Bij alles. Niet alleen bij schilderijen. Ik hou van het omgekeerde.De andere invalshoek. Om dingen heenlopen.   In tegenstelling tot veel mensen bijvoorbeeld die zich volgens de trend kleden en zich de juiste look aanmeten, en naar het schijnt vaak armer zijn dan ze de buitenwereld doen geloven; kleed ik me graag armetierig en lelijk, onverzorgd eigenlijk, maar ik heb wel een vermogen op de bank staan. Dat bedoel ik. Ja signalen. Daar naar kijken en niet oordelen maar ze opvangen. Zoiets.

Ik geef mijn werk soms moeilijke titels om de toeschouwer op een ander spoor zetten.  Dat noem ik altijd "de kijkcode" bepalen. ( lacht ) Het is een vorm van manipulatie ja.




Een van mijn allereerste werken die ik in Antwerpen maakte, begin jaren '80 , laat eigenlijk een soort abstracte compositie zien die een weegschaal voorstelt. Er staan als je goed kijkt met pen twee woorden ingeschreven. Techniek en gevoel. Het woord gevoel staat lager dan het woord techniek, en laat de weegschaal dus doorzakken naar zijn kant. Techniek is theorie, formule, antwoorden, concept, denken, macht , terwijl het gevoel voor mij gaat over intuïtie, bewegelijkheid, transformatie, nederigheid, mysterie. Ik heb nooit de neiging gehad antwoorden te willen zoeken of om iets op te lossen omdat ik al vrij snel doorhad dat dat een hopeloze doelstelling zou zijn. Het helpt veel als je weet dat je nooit als winnaar uit de bus zal komen. Dat is heel mooi. Ik heb wat dat betreft al vroeg met " tegen mijn verlies kunnen " leren omgaan.  Dat werk vat mijn werkwijze en mijn zoektocht perfect samen. Nog altijd. Ieder volgend werk is een andere nuancering van het vorige werk.  En weet je wat zo raar is als ik bijvoorbeeld met een potje tafeltennis verlies - wat niet veel voorkomt - dan kan ik daar een week niet goed van zijn . 


Ze hebben het veel over authenticiteit.  Ik weet nog altijd niet wat dat is.

Geld moet rollen, maar dan toch het liefst in mijn eigen winkel. Zo is mijn muze ook mijn manager en die betaal ik gewoon in natura. Dat scheelt een duit. Het is ook een manier van rollen maar dan anders. In periodes dat ik veel verkoop, meestal vanaf de lente, is dat wel even bijbenen, maar het houdt me jong. Het is nog maar één keer gebeurd dat ik zomers winterwerken ben beginnen maken om een beetje op adem te kunnen komen. Maar het was toen ook wel extreem warm.

Het is misschien waar wat Ilja Pfeiffer zegt , en die heeft het dan weer vrij overgenomen van Pindarus en Nietzsche - zolang je je bronnen vermeld is het geen diefstal - ; dat authenticiteit een constructie is.  Dat je om waarlijk te worden wie je bent, je een karikatuur van jezelf moet worden.

Mijn beelden moeten er op reproductie nog beter uit zien dan de echte werken. It's important. 

Bij schilderijen moet je zien dat ze geschilderd zijn. Anders heb je er niks aan. Schilderijen die op foto's lijken zijn compleet oninteressant. Het is maar een kwestie van licht en donker op de goeie plaats zetten en that's it. Daarbij zeggen foto's bijna nooit iets. Ze hebben weinig met de realiteit te maken. Er zijn weinig dingen die de realiteit meer schade berokkenen dan foto's. De realiteit is altijd complexer dan de foto. 

Ik doe me maar soms intelligenter voor dan ik ben. Dat hangt van de situatie af.

Een deel van mijn werken maak ik helemaal met Ripolin op mijn computer. Die bestaan in het echt helemaal niet. Die circuleren - die hebben een eigen bestaan - alleen maar op het internet. Het rare is dat die heel goed verkopen. Dat had ik in het begin helemaal niet verwacht.


Een titel van een werk kan ik na jaren opeens veranderen. Actualiseren. Het krijgt dan opeens een heel andere invalshoek. Je kijkt er dan met nieuwe ogen naar. Naar goeie werken kan je jaren blijven kijken. Eeuwen. Het raakt nooit opgelost en verandert continu. Een goed werk bevindt zich altijd in het nu.

Je merkt soms toch het verschil van kijken bij mensen.  Van  aandachtigheid.  Laatst maakte een verzamelaar mij erop attent dat mijn werk " 17 Dots " , dat alweer bijna 16 jaar oud is en wat ik op pantystof heb gemaakt , 18 stippen heeft. Dat is toch fantastisch. Ik had het zelf ook niet gezien !

Ik woon al meer dan 30 jaar in België waarvan 10 jaar legaal - het had nogal wat voeten in de aarde om daar geaccepteerd te worden - en ondertussen ook al weer 10 jaar illegaal in Italië; en nog altijd reken ik alles om naar guldens. 

Soms heb ik opeens zin een schilderij te maken speciaal voor bijvoorbeeld vrouwen. Niet over vrouwen, maar voor vrouwen. Als  een boeket. Dat heb ik dan. Of opeens een sentimenteel werk. Of iets seizoensgebonden, of romantisch. Iets voor in een avontuurlijk jongensboek.  Of voor de homo-gemeenschap dat is ook al gebeurd. Er zijn zoveel doelgroepen. Ik vind ze allemaal interessant.  Los van mijn echte werk bedoel ik. 

Ik heb altijd al een boontje gehad voor Caravaggio. Wat een techniek ! Lang verguisd geweest natuurlijk, maar hoe je het ook draait of keert  is hij toch altijd een beetje de Willem Holleeder onder de schilders geweest.  Opgejaagd wild. Daar heeft dat boontje van mij vooral mee te maken.  Je leven moet minstens even avontuurlijk zijn als je werk. Anders geloof ik er niks van.

Ik benader mijn werk niet intellectueel. Als ik iets maak denk ik niet aan metaforen of zo.  Je wilt gewoon iets maken, interessant en gelaagd maar het is geen raadsel-oplossing. Je doet je ding. Wat erin sluipt is onbewust. Het is aan de critici en het publiek om er betekenis in te zien, of metaforen. Misschien zitten ze er wel helemaal niet in.  Het denken moeten zij maar doen. Ik doe dat niet meer. Of ik heb dat daarvoor allang gedaan. Met het bestuderen van de context ben ik op compleet andere momenten bezig. Onverwachte momenten. In flarden. Tijdens totaal andere dingen die ik ook nog doe. Zeilen, bouwen, koken, lezen, leven. Maar als ik werk denk ik aan niets. Ben ik leeg. Theorieën kunnen een bepaalde openheid die je nodig hebt enorm in de weg staan.  Terwijl ik wel een theorie-schilderij heb gemaakt. Dat is dan weer totaal iets anders.


Eigenlijk zijn er maar twee groepen. Je hebt de kijkers en de groep waar naar gekeken wordt. Je kan beter bij die tweede groep zitten want naar de kijkers kijken ze niet.


Ik zie zelf altijd dat een werk onweerlegbaar van mij is. Terwijl de buitenwereld soms denkt is dat nauw van Pietje of van Jantje. Daar ben ik naar op zoek. Ik hou daar wel van. Zoals iedere winkelstraat vandaag overal hetzelfde is. Een soort anonimiteit. Een inwisselbaarheid. Zonder emotie. Vrij kubistisch eigenlijk. ( lacht )

Privé en werk zijn voor mij identiek.  Ze zijn compleet met elkaar verweven. Er is geen onderscheid. Alles is werk en alles is privé. 


Los van de eer , het geld , de roem ( die zullen me trouwens worst wezen ) en de inzichten die mij ten deel vallen, ben ik - na lang denken, ja zelfs filosoferen - tot de onthutsende conclusie gekomen dat alles wat ik maak maar één drijfveer heeft: "consumers acceptance" of beter gezegd "woman's acceptance". De meisjes op het strand. Eigenlijk zijn al mijn werken een soort verhulde contactadvertenties.

Alles draait om een liefde voor iets. Noem het een obsessie.  Ik denk dat ik  liever de mooie kant van het leven bezing , wat veel moeilijker is, maar het zegt  en helpt mij meer dan al dat  geïdealiseerd pamflettig  donker gedoe. Ik ben geen haar beter dan een ander.  En dat is maar goed ook.


Dood zijn is iets anders. Vroeger toen ik er niet was, was ik er niet. En later zal ik er ook niet zijn. Vroeger, toen ik er niet was heb ik niks gemist, dan zal dat straks , als ik er niet meer ben, ook zo zijn. Waar ik ben is de dood niet, en waar de dood is ben ik niet.  Zei eroclitos dat niet ? 





Ik leef om te ontdekken waar ik in schilderijen van geniet. Ontdekken wat andere mensen hebben gedaan. En met het ontdekken dat ik dat op mijn manier ook kan. Het gaat de hele tijd over emotie en gevoel. Niet over uitleg. Het is intuïtie.                                                                                                                                                           WdK


De dood vind ik een absolute horror. De gedachte alleen al. Een ronduit slecht concept. Het idee dat je met ouder worden wijzer wordt, en het einde van je leven met sereniteit tegemoet treedt , vind ik klinkklare onzin. De paniek wordt alleen maar groter. Als ik morgen dood zou gaan vind ik dat een regelrecht drama, maar als ik dood ga als 98 jaar ben, vind ik het even erg.  Het is allemaal slecht bedacht, die hele schepping. Ik wil helemaal niet dood. Het ergste vind ik dat ik de mensen die ik graag zie niet meer kan helpen als ik er niet meer ben. Met de afwas, met raad en daad, met relativeren, met  heel gewone kleine dingen. En met het tonen van mijn eigen onvermogen. Het hoeft niet altijd groots te zijn. Gewoon er zijn .






"Ik wissel niet - zoals picasso - per nieuwe vrouw van stijl. Ik duid gewoon een datum aan in mijn agenda en doe vanaf dan totaal iets anders. Ik ben snel verveeld. Als ik iets door heb is de lol er vanaf. En daarbij een mooiere vrouw dan de mijne is er niet te vinden."

" Soms maak ik de prijs van een bepaald werk extreem hoog, omdat ik er geen afstand van kan doen. Het blijven toch je kinderen. In de hoop dat het minder snel verkocht wordt. Het effect is meestal averechts."

Tekst hier invullen...